Patty Scholten - De ziel is een pannenkoek (2011)

Patty Scholten - De ziel is een pannenkoek (2011)

Patty Scholten
De ziel is een pannenkoek
Een autobiografie in sonnetten
Uitgeverij Atlas

Toen ik trouwde, toch ook al weer 18 jaar geleden, kreeg ik van mijn moeder een herinneringsalbum. Ze had een stuk of twintig momenten uit mijn leven belicht. Op elke bladzijde van het album had ze een foto geplakt en daaronder een paar rijmende zinnen geschreven. Op de derde bladzijde staat bijvoorbeeld: 

De kraamhulp was zo vlug als water,
ze waste en droogde de kinderen snel.
Een handdoek voor allen, dat merkten we later:
de oogjes ontstoken van het hele stel.

Bij feestelijke momenten, zoals trouwerijen en gouden huwelijken, wordt regelmatig de rijmende pen gepakt om terug te kijken op het leven. Vaak zijn de producten niet zo verheven, maar omdat je de personen goed kent en omdat je weet dat de teksten uit een goed hart komen, is het geschrevene meestal toch vertederend. Als je echter wat verder van de jubilarissen af staat, dan word je soms overvallen door plaatsvervangende schaamte.
Biografisch rijm is, om het voorzichtig te zeggen, een riskante onderneming. Patty Scholten heeft zo’n onderneming toch aangedurfd en haar eigen leven beschreven in sonnetten. Dapper! En ik had er, moet ik eerlijk toegeven, vooraf bedenkingen over, maar nu kan ik niet anders zeggen: het is haar gelukt.

Patty Scholten schrijft sonnetten en ze is vast in de vorm: rijmende schema’s en ritmisch in orde. Ze had er negenentachtig voor nodig om haar leven te beschrijven. De eerste gedichten gaan over haar vroege jeugd, dan volgt haar pubertijd, haar eerste werk in Artis, haar liefdes, haar verdriet, haar leven tot aan de dagen van nu. Chronologisch. De vaste vorm heeft een grote invloed op de toon van de gedichten. Ze is eerlijk en vertelt openlijk, maar de rijmwoorden, het ritme en de beperking van het aantal woorden behoeden haar voor breedsprakigheid. Van sommige momenten in haar leven had ik eigenlijk best meer willen weten en daar was ook vast meer over te vertellen, maar het sonnet is genadeloos: in veertien zinnen moet het verhaal verteld zijn. En door de beperking van het rijm staat er zo nu en dan een woord dat het persoonlijke verhaal wat onpersoonlijk maakt. Het woord kwintessens is bijvoorbeeld niet een woord dat ik vind passen in een biografie, maar samen met mens, kinderwens en common cense hoort het in het rijmschema. Patty Scholten schrijft overigens goed begrijpelijke taal. Bij eerste lezing is het gedicht eigenlijk al begrepen. Maar het is mooi geschreven en mooi geformeerd en daarom wil je het herlezen. En bij die tweede lezing kreeg ik oog voor woorden die ik bij eerste lezing toch gemist had. Poëzie blijft raadselachtige taal, of je het meteen begrijpt of niet.

Ik heb de gedichten achter elkaar door gelezen, bijna als een roman, een levensverhaal. Gewoon vooraan begonnen en doorgelezen tot het eind. Het is poëzie, dus je moet het af en toe wegleggen, maar door de levensloop weet je waar je bent gebleven. Als ik er wat langer over nadenk, dan zullen de anekdotes en verhalen toch niet helemaal zo gebeurd zijn als ze zijn geschreven, maar toen ik het las wist ik het zeker: dit is het leven van Patty Scholten, geen woord gelogen en geen wending verzonnen. Of dat echt zo is, is eigenlijk niet zo belangrijk, maar ik las het als waarheid. Dat Patty Scholten muzikaal is, doet moest haast wel, want anders zou ze niet zo ritmisch kunnen schrijven, maar door het sonnet Dochter van een pianiste zie je de rol van de muziek in haar leven:

Dochter van een pianiste

Mama kon spelend noten kraken.
Maar in haar carrière kwam de klad
door oorlog, trouwen, kinderen, zodat
ik haar ambities dan maar waar moest maken.

Goed oefenen en niet mijn plicht verzaken.
Als kind achter de vleugel kreeg ik vat
op Bach en Liszt, begon vaak afgemat
door mama’s lessen zonder eind te raken.

Ik speelde variaties, gigues, andantes
en kreeg op huisconcerten lof van tantes.
‘Je bent zo muzikaal,’ werd er gekweeld.

Met twaalf jaar stopte ik gedecideerd.
Mijn moeder was totaal verbouwereerd.
Ik heb daarna nooit één noot meer gespeeld.

Zou dat echt zo zijn? Zou ze nooit meer piano hebben gespeeld? Zou kunnen. Het staat er. Maar op het eind van de bundel, in het gedicht Herinneringen,  zegt ze het zelf zo: Niets is bedrieglijker dan ons geheugen. / Je ziet jezelf niet in een spiegel, maar / je neemt alleen je goede kanten waar. / Terecht rijmt dit verschijnsel op ’t woord leugen. Ik heb mijn best gedaan, beschreef mijn dagen, / gekleurd door weemoed die soms bitter smaakte. / Maar of het klopt, dat moet u mij niet vragen. Of ze nu wel of niet daarna nog piano heeft gespeeld, daarin zal ze zich niet vergissen, maar of ze wel of niet de waarheid spreekt over haar leven, dat kan ik niet zeker weten. Echt gebeurd is geen excuus, schreef Gerard Reve, en dat is een goede raad voor alle schrijvers.

Zelf heb ik een uitermate slecht geheugen. Ik kan geen gedicht van mezelf uit mijn hoofd citeren, ik moet hard nadenken om me te herinneren waar ik vorige zomer op vakantie ben geweest, mijn trouwdag moet ik berekenen en het lukt me niet om de namen van mijn grootouders te onthouden. Ik ben voor de toekomst gebouwd. Maar ik vind het wel leuk om me in levens van anderen te verdiepen. Ik vind het vooral interessant om erachter te komen hoe het een volgt uit het ander. Zo las ik het leven van Patty Scholten als een redelijk zwaar leven. Was dat zware leven nodig voor het succes wat ze nu als dichter heeft, de kwaliteit van haar werk?

Al raakt ze zware onderwerpen aan, zoals op het einde van de bundel als ze vertelt over hoe ze achter het SS verleden komt van een man die ze lief heeft gehad, ze wil het vaak graag luchtig houden. Zo vertelt ze over de manier waarop ze haar maagdenvlies is kwijtgeraakt: Een tip voor mannen, ’t is niet veel gevraagd: / zorg steeds voor korte nagels bij het minnen, / wie weet is je vriendin toevallig maagd. Daar hou ik niet zo van, dan vind ik het anekdotisch, licht vers. Maar goed, in het geheel van de bundel stoort het me niet.

De titel van de bundel stemt tot nadenken: de ziel is een pannenkoek. Dat de ziel benoemd wordt, geeft aan dat de ziel bestaat. Maar als de ziel vervolgens een pannenkoek blijkt te zijn, dan lijkt dat de ziel toch weer te ontkennen.  De eerste keer dat de ziel zo wordt genoemd is in een gedicht De ziel over illustraties in de catechismus, bij de nonnen:

Men zag drie zielen ofwel pannenkoeken.
De eerste blank, de tweede was geschroeid
met dagelijkse zonden: jokken, vloeken.

Maar nummer drie zou bij een tafelronde
met weerzin  zijn geweigerd en verfoeid:
een groot zwart gat in ’t midden. Echt doodzonde.

In het gedicht Dichterliebe komt ze er achter dat het geen pannenkoek is, maar dat de ziel liefde is,  een kolkende rivier; ze is dan verliefd geworden op een zanger die Im wunderschönen Monat Mai zong en haar ziel sprong open. Dat de dieren een belangrijke rol in haar leven spelen, dat heeft ze met verschillende bundels al laten zien. Nu heb ik de muziek in haar gezien, maar ook de spanning tussen lichtheid en zwaarte. Met deze bundel doet ze haar ziel open.  Laten we er voorzichtig mee zijn, want zielen zijn van kwetsbare materie gemaakt.