Kees van Kooten - de poëzie van Billy Collins (2010)

Kees van Kooten - de poëzie van Billy Collins (2010)

Zo wordt u gelukkig
Kees van Kooten en de poëzie van Billy Collins
Uitgeverij De  Harmonie

Het is gedurfd om een poëziebundel zo’n titel te geven, maar al meteen na het lezen van de eerste gedichten, wist ik: ik ben het er helemaal mee eens! Dankjewel, Kees van Kooten, voor het  mij laten kennismaken met Collins en het ontsluiten van deze dichter voor het Nederlands taalgebied, want hij verrijkt ons. Billy Collins is een dichter die wat mij betreft naast Szymborska kan staan, iemand die helder schrijft en raadselachtig tegelijk, die gewone dingen aanraakt en ze bijzonder maakt.  Maar waarin hij voor mij het meest op Szymborska lijkt, is de manier waarop hij zich kan vastbijten in de kern van zijn boodschap, als een poëtische pitbull. Je zou kunnen zeggen dat hij parabels schrijft: hij neemt een standpunt en volgt de consequenties van zijn  keuze. Zoals in het openingsgedicht. Hij  kiest daarin een metafoor en benadert de kern van het gedicht vanuit verschillende kanten, daarbij de metafoor tot het einde vasthoudend.  Hij schrijft over de manier waarop hij leerlingen kennis laat maken met poëzie: Ik vraag ze een gedicht te nemen / en dit tegen het licht te houden / als een kleurendia. Vervolgens maakt hij vergelijkingen die samen antwoord geven op de vraag ‘Hoe lees je poëzie ?’. Als in een donkere kamer waarin je rond schuifelt op zoek naar het knopje van het licht of waterskiënd over het oppervlak van een gedicht en zwaaiend naar de auteursnaam op het strand, zegt Collins, maar het enige dat de leerlingen willen, is het gedicht vastbinden op een stoel en het dwingen tot een bekentenis.
Het mooiste gedicht uit de bundel vind ik ‘Purity’, of ‘Zuiverte’ zoals Kees van Kooten het noemt. Collins vertelt hoe hij schrijft, hoe hij het doet. Hij trekt eerst zijn kleren uit, dan zijn vlees, verwijdert vervolgens stuk voor stuk z’n  organen en als louter geraamte gaat hij schrijven. Ik zeg dat nu kaal en koel, maar Collins neemt als goede verteller zo’n twintig regels de tijd voor deze entree.

…..
Ik moet bekennen dat ik soms mijn penis aanhoud.
Die verleiding kan ik moeilijk weerstaan.
Een geraamte met een penis te zijn achter een schrijfmachine.
In deze staat schep ik uitzonderlijke liefdesgedichten,
die meestal de verhouding tussen seks en dood blootleggen.

Ik ben de concentratie in optima forma: ik existeer in een universum
waar niets anders bestaat dan seks, dood en typen.

Mijn volgende kunstje is het verwijderen van mijn penis.
Dan zit er een geraamte met schedel de namiddag weg te tikken.
Alleen het hoogstnodige, verder geen frutsels.
Nu schrijf ik louter over de dood, het meest klassieke thema,
in zinnen zo licht als de lucht tussen mijn ribben.

……

Als hij klaar is met schrijven, dan doet hij zijn lichaam en kleren weer aan en beloont zichzelf met een ritje bij zonsondergang, over landweggetjes, langs muren, boerderijen en bevroren meertjes ‘alles volmaakt gerangschikt als de woorden in een beroemd sonnet’.

Elk gedicht wordt gevolgd door een nawoord van Kees van Kooten, waarin hij uitleg geeft over de manier waarop hij het gedicht gelezen en vertaald heeft. Maar verwacht geen uitleg zoals een vermaarde vertaler als Peter Verstegen dat doet bij zijn vertalingen van Rilke, Heine of Dickinson: zakelijk sober en to the point informeert hij de lezer over het gedicht en de vertaling. Nee, Kees van Kooten kiest ervoor om zijn eigen talent de ruimte te geven: schrijven! De gedichten zijn wel de aanleiding en de teksten zijn ook goede overdenkingen bij de poëzie, maar hij zet daarmee zichzelf toch erg op de voorgrond. Ik vond die nawoorden anekdotisch en ik had steeds moeite om in de sfeer van Collins terug te komen. Als ik mocht kiezen, dan koos ik voor de manier waarop Peter Verstegen de lezer meeneemt. Janita Monna eindigt in Trouw haar recensie zo: Hoewel de zendingsdrift me voor de bundel inneemt, is de Juinense wethouder Hekking nogal eens voor het origineel gekropen. De poëzie van Collins had meer voor zichzelf mogen spreken. Dat is een scherpe formulering, maar ze raakt daarmee wel de kern. Het begon al bij de titel, ‘Zo wordt u gelukkig’ . Dat is geen titel van Collins en het komt ook niet in een van zijn gedichten voor, maar het is wat Kees van Kooten vindt. De ondertitel is vervolgens: Kees van Kooten en de poëzie van Billy Collins. Het is misschien wel een goede manier om fans van Kees van Kooten kennis te laten maken met poëzie en de poëzie van Collins in het bijzonder en hij bereikt waarschijnlijk ook een breed publiek, maar voor mij was dat niet nodig. Bij de tweede lezing sloeg ik zijn stukjes dan ook over en kon me zo veel beter concentreren op Collins.

Als vertaler doet Kees van Kooten het wel goed, redelijk. Hij betovert me niet, moet ik eerlijk bekennen.  Mijn Engels is redelijk en zonder vertaling zou ik de gedichten waarschijnlijk wel kunnen volgen, maar de vertaling ernaast vind ik wel zo makkelijk. Collins schrijft heel natuurlijk, hij is een verteller. Zijn zinnen zijn muzikaal, makkelijk en bijna alledaags, maar tegelijk heel verfijnd. Zoals de eerste zinnen van Purity: My favorite time to write is in the late afternoon, / weekdays, particurlarly Wednesdays. / This is how I go about it: / I take a fresh pot of tea into my study and close the door. / Then I remove my clothes and leave them on a pile / as if I had melted to death and my legacy consisted of only / a white shirt, a pair of pants and a pot of cold tea.

Kees van Kooten vertaalt het zo: Het liefst schrijf ik in de namiddag, / doordeweeks, bij voorkeur op woensdag. / Hierbij ga ik als volgt te werk: / Ik neem een pot verse thee mee naar mijn kamer en sluit de deur./ Dan kleed ik mij uit en gooi mijn kleren / op een hoop alsof ik doodgesmolten ben en / niets van mij rest dan een hemd, een broek en een pot koude thee.

In vertaling klinkt het gedicht vertrouwd, maar soms verliest een zin de melodie; ik vind het begin van dit gedicht meteen al stroef door de keus van het woord namiddag. En ook bij combinaties als bij voorkeur en hierbij ga ik als volgt te werk, blijf ik een beetje haken ! Dan krijg ik zin om het ook te gaan doen, maar anders, het proberen beter te doen. Met de vertaling van Van Kooten in de hand zou ik het zo gezegd kunnen hebben: Het liefste schrijf ik op het eind van de middag, / doordeweeks, vooral op woensdags. / Dit is hoe ik het aanpak:/  ik neem een pot verse thee mee naar mijn kamer en sluit de deur. / Dan doe ik mijn kleren uit en gooi ze op een hoop, /  alsof ik dood was gesmolten en mijn nalatenschap alleen bestond / uit een wit shirt, een broek en een pot koude thee.

Met de titel laat Kees van Kooten ook zijn vingerafdruk  achter, maar daar snap ik wel het probleem: Zuiverheid klinkt namelijk niet zo kernachtig en kort als Purity. Aan de andere kant, Zuiverte is een neologisme. Een nieuw woord moet een vertaler alleen zoeken als de dichter het ook doet, dan kun je ook eigenlijk niet anders.  Ik geloof dat Zuiver of Puur hier beter zou zijn geweest.

Het meest opvallende gedicht is De geestverschijning. Niet door Collins, maar door de introductie door Kees van Kooten: Hahaha – En nu een van zijn allerleukste gedichten. Dat zeg ik niet op eigen houtje, want dit kan bewezen worden aan de hand van een ceedee met een live opname, waar ik later op terugkom.
Voordat Collins met voorlezen begint, zegt hij dat gedichten over huisdieren onvermijdelijk sentimenteel zijn en dat hij met ‘The Rivenant’ nu eens wilde demonstreren hoe dit ook nog anders kan. Om u een indruk te geven van de vrolijkheid die de zaal vervolgens bevangt, zal ik achter elke publieke lach, naar gelang het massale karakter,tussen haakjes ‘ha’, ‘haha’, hahaha’ of zelfs ‘hahahaha’ toevoegen.
Het gedicht gaat over een hond, die als geestverschijning terugkomt en vertelt over zijn aardse hondenleven. Hieronder een fragment, de eerste twee strofen van de tien, in het Engels en in vertaling.

I am the dog you put to sleep,                                 (ha)
as you like to call the needle of oblivian,
come back to tell you this simple thing:               
I never liked you – not one bit.                                (hahaha)

When I licked your face,
I thought of biting off your nose.                            (haha)
When I watched you toweling yourself dry,
I wanted to leap and unman you with a snap.   (hahaha)

Ik ben de hond die jij liet inslapen,
zoals jullie de naald van de vergetelheid graag noemen,
en ik kom terug om alleen nog dit te zeggen:
ik heb nooit van je gehouden – voor geen haartje.

Wanneer ik je in je gezicht likte,
dacht ik zal ik zijn neus eraf bijten.
Wanneer ik toekeek hoe jij jezelf droogwreef,
wilde ik opspringen om je met één hap te ontmannen.